“Nacht”

“Nacht”

De nacht in ’t aller donkerste,
de schaduw van ons leven.
Gevreesd totdat het morgen is,
gaat dageraad ons geven.

Zolang de zon maar onder blijft,
geen nacht weet te verdrijven.
Het donker macht en overhand,
ons licht zal doen beklijven.

Maar wee als ’t licht weer schijnen gaat,
nieuw leven gaat ontluiken.
O Heer geef mij weer kracht en moed,
talenten te gebruiken.

Zo kan ik voor Uw aangezicht,
het leven gaan ontginnen.
En dan bij d’eerste zonneschijn,
met hart en ziel beginnen.

Verdrijf de nacht verdrijf het zwart,
laat licht mij weer verblijden.
O Heer keer terug weer in mijn hart,
voorbij is dan het lijden.