Francois Reijnders: ik geloof in het goddelijke van de mens

Door: Harry de Groot
Bron: Werkcafé Rijnmond

De eerste levensjaren van François zagen er veelbelovend uit. Als jongste zoon in een rustig gezin groeide hij op. Rond zijn achtste levensjaar ontstonden er in het gezin grote spanningen door overmatig drankgebruik van zijn vader. Dit zette een zware stempel op het gezin. Er ontstond ruzie en geldgebrek, waardoor de toekomst van de gezinsleden er somber uit ging zien.

François had graag arts geworden. “Ik wilde iets voor de mensen gaan betekenen.” Maar zijn ouders hadden het in die periode niet breed. Er moest geld verdiend worden. Er waren midden jaren zestig immers nog geen studiebeurzen. Dus ging François op z’n 16e aan het werk en middels kostgeld, wat in die tijd heel normaal was, kon hij het gezinsinkomen aanvullen. Hij ging aan de slag bij een reclamebureau voor 100 gulden in de maand voor 40 uur in de week. In tegenstelling tot onze tijd, was er in die jaren zestig wel makkelijk werk te vinden. Bij een ander bureau kon hij 125 gulden verdienen, dus de overstap was snel gemaakt. Hij kon goed tekenen, maar viel na verloop van tijd vooral op door z’n organisatietalent. In de loop der jaren klom hij gestaag op en kreeg meer verantwoordelijkheden. Uiteindelijk begon hij zelfs zijn eigen bedrijf in de grafische sector. “Ik was vaak de mediator tussen mensen, reeds op school. Ik ben altijd sociaal naar mensen toe. Ik voel me verantwoordelijk voor mijn mensen, en ook voor hun achterban.” François vindt zichzelf geen doorsneeman. “ Ik ben geen macho-type, daar hou ik ook niet van. Ik ben een gevoelsmens en kan mij dan ook best wel lang gekwetst blijven voelen als ik onheus bejegend wordt.”
Moderne slavernij

Als iemand met verantwoordelijkheid voor zijn werk en zijn mensen vindt hij de neoliberale ontwikkelingen van de afgelopen decennia, waarin mensen alleen maar worden bekeken in wat ze kosten en wat ze opleveren dan ook geen goede zaak. “Wat ik ook een verkeerde ontwikkeling vind is dat werknemers tegenwoordig altijd maar bereikbaar moeten zijn, ook in hun vrije tijd. De moderne communicatiemiddelen als e-mail en smartphones maken dit mogelijk, maar je bent dus nooit vrij. Er is geen scheiding meer tussen werk en vrije tijd. Eigenlijk is dit moderne slavernij.” François heeft zelf ervaren dat echt vrij zijn van werk en rust kunnen nemen onmisbaar zijn voor het behoud van je gezondheid. “Als ik met vakantie ging gaf ik het faxnummer van het vakantieadres door aan mijn mensen. Elke morgen ging ik eerst naar het faxapparaat om te zien of er zaken op het werk geregeld moesten worden.” François is dan ook een geboren regelaar en oplosser van problemen. Een gevleugelde uitspraak van hem: “Kan je een probleem niet aan, zet het dan naar je hand”.

Workaholic

Uiteindelijk kreeg François dan ook een burn-out. “Ik had altijd toch wel veel stress. Ik was steeds op zoek naar nieuwe uitdagingen, wilde m’n grenzen verleggen, wilde mezelf manifesteren. En als dat goed ging streelde dat natuurlijk wel mijn ego. Maar ik was eigenlijk een workaholic.”
François begon zich in deze moeilijke periode te interesseren voor de Bijbel. “Ja, ik ben hem echt gaan lezen. Ik ben ook naar de Hervormde Kerk in mijn dorp gegaan en heb bijeenkomsten gevolgd, waarin we geloofs- en levenszaken bespraken.” François gaat nog onregelmatig naar de kerk, maar hij is niet aangesloten bij een kerkgenootschap. “Ik wil niet bij een groep horen. Ik ben een vrijdenker. Ik zie meer in de Oecumene. Ik neem de Bijbel niet letterlijk. Maar ik vind de normen en waarden, zoals de Tien Geboden een belangrijke leidraad in het leven. Ik geloof in het Goddelijke in de mens. De mens heeft als enig levend wezen een geest gekregen. Als iemand overleden is, wordt vaak gezegd : “Hij of zij is het niet meer”. Dat komt omdat de geest het lichaam heeft verlaten. Wat overblijft is slechts een stoffelijk omhulsel.”

1096 dagen

Toen de burn-out verschijnselen over waren ging François weer flink aan het werk en was op een gegeven moment samen met een compagnon eigenaar van twee grafische bedrijven. Na enige jaren kocht hij er nog een derde bedrijf bij, maar kort daarna ging alles mis. In het bedrijf bleken ‘lijken’ in de kast te zitten. Door deze “miskoop” ging het bedrijf failliet en verloor hij al zijn aandelen. Zelf kreeg hij darmkanker, zijn vrouw werd ziek en is uiteindelijk na een zwaar ziekbed overleden.. Een heftige maar onvolledige en summiere opsomming van die jaren. Hij heeft over deze 1096 dagen een boek geschreven: 1096 dagen, de mallemolen van het leven.Een boek dat binnenkort gaat uitkomen.

Hij is er weer bovenop gekomen en geeft zo nu en dan een gastcollege/workshop aan studenten die een eigen bedrijf willen beginnen.
Bij Werkcafé Live heeft hij op 11 mei zijn eerste workshop gegeven. Hierin vertelde hij zijn levensverhaal en hoe hij de kracht vond om weer door te gaan. “Want er is altijd licht aan het einde van de tunnel. Geef dus nooit op!”, is zijn boodschap aan mensen die het nu moeilijk hebben, doordat ze maar geen werk vinden.
De workshop/lezing viel bij velen zeer in de smaak. Daarom zal hij op de komende Werkcafé Live op 1 juni, weer zijn boodschap delen met ons.
François Reijnders heeft veel steun gehad aan het opschrijven van zijn verhaal.

Hij heeft inmiddels meerdere publicaties op zijn naam staan en denkt zelfs over het schrijven van een roman.